In andere talen:

User:Zicxynum/Fluid system/nl

From Official Factorio Wiki
Jump to: navigation, search

Vloeistoffen zijn vloeibare voorwerpen, zoals water en ruwe olie. Vloeistoffen kunnen normaliter alleen bestaan in entiteiten voor vloeistof behandeling (zoals leidingen), en gebouwen die vloeistoffen als invoer of product hebben (zoals een olieraffinaderij).

Werking

Vloeistoffen kunnen vernietigd worden door gebouwen of leidingen te verwijderen die vloeistoffen bevatten. Slechts één soort vloeistof kan zich in een stuk leiding of opslagtank bevinden; vloeistoffen zullen nooit mengen, maar blokkeren elkaar. Vloeistoffen kunnen niet gedragen worden door de speler, verplaatst worden door robotarmen, op de grond gegooid worden of in kisten, tenzij de vloeistoffen zijn opgeslagen in vaten. Vloeistoffen kunnen niet weglekken of worden gedumpt in een meer, en worden geteld met breuken in plaats van eenheden.

Opslag

Vloeistoffen worden vastgehouden in entiteiten die werken als kuipen (fluid boxes) van een bepaalde grootte (volume). Deze kuipen verbinden automatisch aan elkaar als hun invoer of uitvoer naast elkaar liggen (leidingen verbinden in alle richtingen) en staan toe dat vloeistoffen kunnen vloeien.

Het volume van vloeistof dat zich in een fluid box bevind is een waarde tussen 0(nul) en het maximale volume. Bijvoorbeeld, een leiding kan 100 eenheden vloeistof bevatten, daarom zal het volume in een leiding tussen 0 en 100 liggen. Het niveau van vloeistof in een bepaalde entiteit is verwezelijkt door een percentage van het maximale volume van deze entiteit dat door vloeistof wordt bezet. Dit kan gezien worden in leidingen en opslagtanks; deze hebben ruiten waardoor het niveau van de vloeistof gezien kan worden.

Stroming

Alle aangesloten tanks en leidingen worden gezien als een enkele kuip waarin het niveau van vloeistof gelijk moet zijn in alle delen, om druk veroorzaakt door een hoger vloeistof niveau en lagere niveaus gelijkmatig te verdelen. Hierom wordt niveau ook wel druk genoemd, terwijl druk eigenlijk voortkomt uit een verschil in niveau tussen twee entiteiten. Alle stroming van vloeistof dat plaatsvind in leidingen is om deze balans te bereiken (pompen negeren het, en gebouwen verstoren het; meer hierover staat verder beneden). De snelheid van de stroming is afhankelijk van de druk (het verschil in niveau tussen aangesloten entiteiten), het wordt trager naarmate de niveaus minder van elkaar verschillen.

Terugkerend op how het 'niveau' is bepaald, dit betekend ook dat alle aangesloten leidingen en tanks proberen om hun niveaus gelijk te maken tot hetzelfde percentage van hun totale volumes. Bijvoorbeeld, als 12 500 eenheden van vloeistof over zijn om in een tank te stromen met een capaciteit van 25 000 eenheden met één stuk leiding met een capaciteit van 100 eenheden aangesloten, dan zitten er uiteindelijk 12 500 eenheden in de tank en 50 in de leiding, beide gevult tot hetzelfde percentage (50%) van hun capaciteit, terwijl de hoeveelheden duidelijk verschillen.

Machines die vloeistoffen produceren stoppen hun productie in hun uitvoer kuip, die gekoppeld zit aan een gemarkeerde uitgangsleiding ergens aan de machine (druk op Alt om de labels weer te geven). Deze kuip zal proberen om zichzelf te legen in de aangesloten entiteit tenzij deze entiteit vol is, of een andere vloeistof bevat. Machines die vloeistoffen gebruiken hebben ook een passend gemarkeerde invoerleiding. Als een entiteit dat passende vloeistof bevat aangesloten wordt, zal de machine zich gedragen als een leiding die nooit gevuld kan worden, wat inhoud dat de vloeistof van aangesloten leidingen en opslagtanks de machine in zal stromen met een vaste snelheid, totdat de invoer vol zit. Er bestaan machines met aansluitingen die voor in- en uitvoer geschikt zijn (zoals een elektrische mijboor dat geplaatst is op uraniumerts). Deze machines vullen zichzelf eerst, en eenmaal vol, gedragen zich als normale leidingen die probere hun niveaus gelijk te maken met naastgelegen entiteiten. Als er meerdere in-/uitvoeraanslutingen aan een machine zitten voor één soort vloeistof, dan wordt hun activiteit gelijkmatig verdeeld, tenzij één of meerdere vol of geblokkeerd zijn.

Temperatuur

Temperatuur is enkel relevant voor het verwarmen van water als een medium voor het genereren van elektriciteit. Hoewel alle vloeistoffen een temperatuurwaarde hebben, is het doorgaans standaard 15°C. Vloeistoffen die geproduceerd worden door machines hebben altijd een temperatuur van 15°C, uitgezonderd ketels en warmtewisselaars.

Energie, of het nu geëxploiteerd is van brandstof in ketels, of van kernreactoren door middel van warmtewisselaars, kan worden gebruikt om water/nl in stoom te veranderen, wat een vloeibare vorm van arbeid is. Stoom heeft een soortelijke energie van 0.2 kJ per °C per eenheid. Met andere worden: 0.2 kJ arbeid is nodig om één eenheid van stoom één graad te verhogen. Sinds stoom en water een maximale temperatuur van 1000°C heeft, en een minimum van 15°C, kan één eenheid van stoom of water maximaal 197 kJ energie bevatten.

In de praktijk wordt dit nauwelijks gebruikt met veel variatie: ketels produceren stoom enkel met een temperatuur van 165°C, en warmtewisselaars enkel met een temperatuur van 500°C, nooit warmer of koeler; als niet genoeg energie is toegedient, dan produceren de verhitters geen stoom. Vloeistof verliest ook geen temperatuur over tijd. Het gebruik van stoom op 165°C in een stoom turbine heeft hetzelfde effect als wanneer het gebruikt wordt in een [[steam turbine/nl]|stoom turbine (nucleair)].

Transport

Vloeistoffen kunnen vervoerd worden door leidingen, vaten, of over het spoor. Het is praktisch om leidingen te gebruiken voor korte afstands verdeling naar machines (of het gebruik van vaten, als transportbanden gebruikt moeten worden), en vervoer over het spoor voor langere afstanden.

Leidingen

Leidingen zijn de meest eenvoudige manier van het vervoeren van vloeistoffen. Leidingen sluiten automatisch aan op naastgelegen leidingen en kan aansluiten in alle richtingen tegelijk. Ondergronse pijpleidingen verbinden alleen in tegengestelde richtingen, gekoppeld aan het andere einde van de ondergrondse pijpleiding aan een kant, en aan een andere entiteit aan de andere kant. Als een leiding te lang wordt zonder gebruik van pompen, dan wordt de vloeistof erg dun verdeeld, wat voor een trage stroming zorgt en voorkomt dat machines effectief gebruik kunnen maken van de vloeistof. Opslagtanks gedragen zich hetzelfde als leidingen, echter is hun volume veel groter, wat dit ongemak op veel kortere afstanden kan veroorzaken als meerdere opslagtanks worden gebruikt. Ondergrondse pijpleidigen kunnen helpen dit probleem te verlichten; hoewel ze een afstand van 10 tegels kunnen overbruggen, hun volume is altijd even groot als twee leiding segmenten.

Pompen gebruiken elektriciteit om snel vloeistof the verplaatsen in een bepaalde richting. Ze blokkeren ook een stroming in de tegengestelde richting, wat inhoud dat ze een stuk leiding onder druk kunnen zetten, wat de leiding helemaal vult. Dit is onder andere nuttig om dunne verdeling tegen te gaan zoals eerder beschreven. Pompen kunnen ook uitgeschakeld worden door middel van het schakelnetwerk, wat de stroom door de pomp stopzet.

De tabel hieronder toont hoe snel vloeistof in een leiding zal stromen met een bepaald aantal pompen. Als een snellere stroming is gewenst, dan moeten er meer pompen geplaatst worden met een kortere tussenafstand. Omdat ondergrondse pijleidingen tellen als 2 gewone leidingen in volume, telt een ondergroundse pijpleiding met maximale lengte als slechts 2 leidingen in deze tabel, als er een pomp is geplaatst tussen iedere ondergrondse pijpleiding. Het plaatsen van een volle opslagtank vóór een pomp verzekerd maximale stroomsnelheid en is daarom een passende start van iedere pijpleiding.

Aantal leidingen
tussen twee pompen
Maximale stroom
(eenheden/s)
1 3000
2 2200
3 1860
5 1560
8 1380
12 1260
16 1200
23 1140
41 1080
166 1020
209 960
293 720
359 600
459 480
759 300

Vaten

Vaten worden gebruikt door montagemachines die effectief de vloeistof bottelen in een voorwerp dat kan worden behandeld als ieder ander voorwerp; gedragen in een inventaris, geplaatst in kisten en behandeld door robotarmen. Dit steld de speler in staat om vloeitstof te vervoeren over het transportbandensysteem. Montagemachines worden ook gebruikt om de vaten te legen en hun inhoud te deponeren in leidingen en een leeg vat achterlaat voor herhaaldelijk gebruik.

Spoorweg

Spoorwegen zijn een andere manier van het vervoeren van vloeistoffen, en kan worden uitgevoerd op twee manieren; de vloeistoffen worden direct in een vloeistofwagon gepompt, of ze worden eerst in vaten gestopt die in een goederenwagon wordt geladen. Beide methode hebben uitgesproken verschillen: de goederenwagon kan meerdere soorten vloeistofvaten bevatten, maar de vloeistofwagon kan meer vloeistof bevatten (25k ten opzichte van 20k) en kan worden geleegd en gevuld in enkele seconden, op snelheden waar robotarmen met vaten veel meer kosten om een gelijke snelheid te waarborgen; terwijl stapelrobotarmen snel vaten kunnen verplaatsen, zijn de machines voor het vullen en legen van vaten traag. [1] Daar staat tegenover dat vaten gevuld en geleegd kunnen worden terwijl de trein onderweg is.

Zie ook